
De aanschaf van een hond dient een bewuste keuze
te zijn. Men neemt de verantwoordelijkheid op
zich om de hond, naar we aannemen tot het einde
van zijn leven, te verzorgen. Met een hond in
huis moet rekening gehouden worden. Hij moet
tenminste uitgelaten worden en op tijd eten en
voldoende beweging krijgen. Bovendien kan hij
ziek worden dat extra kosten en verzorging met
zich mee zal brengen. Wanneer
je besloten hebt een hond aan te schaffen kun je
kiezen tussen een puppy of een volwassen hond.
Een puppy is niet altijd een betere keuze. Een
volwassen hond heeft als voordeel dat je
grotendeels weet wat je in huis haalt. Het goed
opvoeden van een puppy wordt onderschat waardoor
nogal wat pups opgroeien tot individuen die men
als volwassen hond niet gekozen zou hebben.
Koop nooit een puppy bij een
zogenaamde "broodfokker". Als pups in
een schuur of hokken achter het huis liggen
vertrek dan weer. Het is echt vragen om
moeilijkheden. Een pup heeft een moeder en een
huislijke omgeving nodig tijdens zijn eerste 7 á
8 weken. Koop een pup alleen als het nest zich in
huis, liefst in de woonkamer, bevindt. Laat je
alsjeblieft niets anders wijsmaken. Koop alleen
een pup die nog bij de moeder is. Bel ons bij
twijfel. Kies je voor een volwassen hond (vanaf
circa 18 mnd.) dan is meestal direct duidelijk
hoe hij is. Waar de hond zich op dat moment
bevindt is veel minder van belang.
Bij de aanschaf van een
jonge hond van één tot anderhalf jaar is het
even oppassen. Wat er in de jeugd is misgegaan
begint zich meestal rond deze leeftijd als
probleemgedrag te uiten. Het is daarom niet
vreemd dat juist in deze leeftijd veel honden
worden aangeboden of in het asiel belanden.
Indien je in deze leeftijdsgroep een aanschaf
overweegt, vraag dan zoveel mogelijk over de
geschiedenis van de hond vanaf zijn geboorte. Bel
eventueel ons bij twijfel.
Voor welk ras of kruising
men het beste kan kiezen is nauwelijks te zeggen.
Iedere hond heeft of krijgt zijn eigen
persoonlijkheid. Rasgebonden gedragskenmerken
worden in de praktijk zwaar overschat. De
socialisatie, opvoeding en dagelijkse omgang zijn
meestal van grotere invloed. Rasgebonden
gedragskenmerken zijn globaal beter te typeren
naar het oorspronkelijk gebruik van rasgroepen.
Zo lijken bijvoorbeeld de retrievers vaak
eenvoudiger tot makkelijke huishond om te vormen
zijn, de schapenhoeders veel "samen
doen" te vereisen en de veedrijvers wat
stugger en harder te zijn. De veel gekozen
terriers en poolhonden blijken meestal een hele
kluif voor de gemiddelde hondenbezitter.
.
|